De toekomst van het internet
Een boeiend bericht, vandaag op Frankwatching. Het beschrijft de toekomstvisie van de Internet Society (ISOC) op de toekomst van het internet. Een visie waarbij begrippen als real time, semantisch en groen centraal staan. Maar ook de bedreigingen worden genoemd: digitale krapte en juridische dwalingen. Dat laatste boeit me mateloos.
Trends voor de toekomst
Frank Kresin beschrijft in zijn artikel de toekomstvisie van ISOC voor het internet:
- Doorbraak van Real-time internet. Tijd speelt geen rol meer en data staan niet langer op je computer, maar alleen nog ‘ergens’
- Green IT. Energieverbruik wordt van doorslaggevend belang voor de plaatsing van data- en rekencentra
- Internet of things. Alle real life producten krijgen een uniek machinaal leesbaar nummer en een (beperkte) mate van intelligentie. Het internet wordt daarmee enorm uitgebreid
- De doorbraak van het semantische web. De pagina-metafoor is aan zijn einde gekomen; informatie staat daar los van en kan automatisch worden gekoppeld, vertaald, gebundeld en samengevat
- Ubiquitous & Mobiel Internet. De hele attitude ten opzichte van wat een plek is verandert daarmee, als kennis, kennissen, producten en diensten altijd en overal bereikbaar zijn
- Sneller, meer en goedkoper datatransport & -opslag. 10.000 GB/s over een enkele glasvezel wordt mogelijk
Naast deze boeiende ontwikkelingen ziet Kresin echter ook bedreigingen. Deze liggen vooral in krapte, privacy en regulering. Zo raken de IP-adressen langzaam op, ligt vertrouwelijke informatie door het nieuwe internet mogelijk op straat en ziet de auteur een bedreiging in de regulatie van bijvoorbeeld overheden en bedrijven. Tot slot is de huidige wetgeving rondom auteursrecht en patenten niet langer houdbaar.
Dat laatste kan ik beamen. Voor een opdrachtgever dook ik de laatste dagen in de warrige wereld van jurispredentie over online auteursrecht. Een veld, dat al jaren onderwerp van discussie is. Want wat mag nu wel en wat mag niet?
Wat wel en niet mag
Ter info een kort overzicht van wat volgens de geldende auteurswetgeving kan (indien de naam van de bron / auteur word genoemd):
- deeplinken naar andere sites (inclusief het opnemen van RSS feeds)
- citeren, maar niet meer dan noodzakelijk
- de strekking van een tekst in eigen bewoordingen opschrijven
- een deel van een plaatje gebruiken of verkleinen ter illustratie (let op: hier moet de eventueel gefotografeerde persoon in verband met portretrecht wel toestemming voor hebben gegeven)
- content inladen van andere partijen als zij hiervoor toestemming hebben gegeven
- mash-ups maken op basis van openbare content stromen
Maar wat is nu precies citeren? En hoe klein is de verkleining van een plaatje? En wat doen we eigenlijk met het embedden van video en uitgebreide RSS feeds die meer weergeven dan de kop alleen? Ondanks dat ik al een tijdje meeloop in de online uitgeverswereld, durf ik geen uitspraken te doen over wat hierbij nu wel en niet precies mag. Neem dit artikel; ik citeer uit het stuk van Frank Kresin en ik noem zijn naam. Is dit correct of heb ik te veel gebruikt?
De vraag wat wel en niet mag kent geen eenduidig antwoord. Instellingen die makers willen helpen bij het opsporen van schendingen schieten als paddestoelen uit de grond, maar zou het niet gewoon een stuk helderder en open moeten worden?
Open model
Lawrence Lessig, professor in de Rechten aan Harvard University, maakt zich al jaren zorgen over copyright. Volgens hem draait de huidige copyrightwetgeving om bezit, schaarste en het beperken van toegang. Ze is ontwikkeld in een tijd waarin uitgeven elitair, traag en duur was. Nu met de digitale revolutie de kosten geminimaliseerd zijn, is dat model achterhaald. Lessig vindt daarbij dat het huidige copyright systeem ‘creativiteit doodt en de maatschappij schade berokkent.’ Hij pleit voor aanpassing van de copyrightwetten maar is scptisch over de haalbaarheid daarvan op korte termijn. Wat wel werkt volgens de professor is het mobiliseren van een tegenbeweging die het van onder aan aanpakt. Hij ontwikkelde hiervoor creative commons, een licentie mogelijkheid die uitgaat van het delen van content.
Noot toegevoegd op 26-01-2-10 (zie ook de discussie): bovenstaande alinea is een samenvatting van een artikel van Frank Kresin. Interessant; volgens het auteursrecht mag dit gewoon, volgens de ongeschreven online regels, zou je hier een link invoegen. Zouden dit soort zaken ook vastgelegd kunnen / moeten worden in wetgeving of gaat dat te ver?
Arnoud Engelfriet, ICT-jurist, gelooft ook in dit meer open model. Engelfriet schreef vele publicaties over dit onderwerp en bundelde de belangrijkste digitale regels in het boek ‘de wet op internet’. Volgens hem is de wetgeving aan een grote onderhoudsbeurt toe. Het gebruik van Creative Commons licenties zou volgens hem botsingen kunnen voorkomen.
De Europese commissie heeft aangekondigd onderzoek te doen naar nieuwe regel- en wetgeving voor internet. Het kan nog jaren duren voordat die nieuwe wetgeving van kracht gaat. Tot die tijd is het soms nog gissen wat wel en niet kan en zal veel op basis van respect en goed fatsoen worden geregeld.
Ik geloof in open, in een wereld waar informatie vrij verkrijgbaar is. Ik geloof niet dat je nieuws af kunt schermen. Ik geloof in modellen waarbij het nut heeft om je content zo breed mogelijk te verspreiden. Zowel binnen de journalistiek als daarbuiten. Zo lang je de regels van de maker maar respecteert. Hiernaast geloof ik ook dat sommige infomatiestromen zo interessant en uniek kunnen zijn, dat mensen daarvoor willen betalen. Maar om die status te kunnen verdienen, zal een uitgever tevens moeten (blijven) investeren in een vrij uitgeefmodel. Alleen dan speelt de uitgever van informatie het spel mee in het semantische web, waarbij alles aan elkaar gekoppeld wordt en werkt het mee aan het internet van de toekomst.

Een goed artikel Hille! Mooi hoe je het schemergebied tussen wat wel en niet mag in beeld brengt. Ook ik geloof in een open model, al zijn er natuurlijk grenzen. Zo vind ik het compleet kopiëren van artikelen te ver gaan. Maar met citeren en samenvatten heb ik geen enkel probleem, mits natuurlijk met bronvermelding. Sterker nog, mijn ervaring is dat je door veel weg te geven en toe te staan juist ook veel waarde kunt opbouwen, hoewel dit niet altijd (meteen of überhaupt) in geld om te zetten is. Maar dus wel waardecreatie in termen van bereik, imago, bekendheid, autoriteit e.d. – zaken die op een ander moment en een andere manier soms wel weer tot financieel resultaat kunnen leiden.
Je slotopmerking “Maar om die status (namelijk: betaalde content; FJ) te kunnen verdienen, zal een uitgever tevens moeten (blijven) investeren in een vrij uitgeefmodel.” intrigeert me. Doel je dan bijvoorbeeld op een basis informatievoorziening die gratis is, en een uitgebreide informatievoorziening die betaald is? Of een archief dat betaald is? Of nog anders? Kun je daar wat meer over zeggen? Of misschien is dat wel een volgend artikel waard
Erg interessante praktijk-bijdrage aan de discussie over copyright. Ik ben het helemaal met je eens: zoveel mogelijk verspreiding, onder de condities van de maker. En zelfs dat niet, wanneer het algemeen belang gediend word. Publiceren is een zaak van privaat en maatschappelijk belang en dat laatste delft veel te vaak het onderspit. Zo is wettelijke copyright termijn van 70 jaar na de dood van de auteur volgens mij niet te verantwoorden.
Heb je teveel gebruikt? Wat mij betreft niet zolang je mijn naam noemt waar dat relevant is. Wat ik wel zou doen is verwijzen naar mijn recente artikel op SurfSpace (http://www.surfspace.nl/nl/Artikelen/Pages/CreativeCommonsOpenAcademicPublishing.aspx) waaruit je vrijwel geheel, maar niet helemaal letterlijk je passage over het Open Model hebt samengesteld. Iets wat vast mag maar om twee redenen netjes is: voor de auteur die de moeite heeft genomen om eea. aan het digitale domein toe te vertrouwen en voor je lezers die misschien meer achtergrond willen weten. Maar daar denk jij wellicht anders over? Ik hoor het graag!
Frank & Frank; dank voor jullie reacties!
@ Frank J: met dat laatste bedoel ik dat dat uitgevers die hun content volledig achter een betaalmuur zetten, het risico lopen om online niet meer gevonden te worden. Ze zullen dus altijd naar de juiste balans moeten zoeken. Hoeveel ‘geef je weg’ om je autoriteit – wellicht als een soort van marketingtool- aan te tonen en hiermee mensen tot betaalde content te verleiden? Dat zit ‘m volgens mij niet zo zeer in een archief, maar meer in een slimme onderverdeling. En ja, misschien moet ik daar maar een blog op FW aan wijden
?
@ Frank K: je slaat de spijker op zijn kop met je opmerking! Dat is precies wat ik bedoel in het stuk. Met het herschrijven van content van een andere pagina, doe je volgens de wetgeving niets fout, maar in online land liggen die regels heel anders. Die ongeschreven regels zijn veel opener en gebaseerd op het gebruiksgemak voor de lezer. Ik ben het dus helemaal met je eens en zal een kader plaatsen in het artikel om dit nog meer naar boven te halen.